De vraag “welke hond past bij mij?” beantwoord je niet met een rassenquiz, maar met nuchtere vragen over je eigen leven:
- Hoeveel tijd heb je?
- Hoe groot mag hij worden?
- Hoeveel vachtverzorging zie je zitten?
- Wat mag hij kosten?
- Is er een allergie, of zijn er kinderen in huis?
Per vraag zeggen we wat je moet weten en naar welke rassenpagina je voor de cijfers kunt.
Dit is bewust geen persoonlijkheidstest. Wij geven geen scores voor braafheid of kindvriendelijkheid per ras, want die kunnen we niet onderbouwen.
Wat we wel hebben: maten, gewichten, vachten en voerhoeveelheden per ras, en twee hulpmiddelen. De hondenzoeker op de homepage toont bij een gekozen ras of maat wat daarbij past. De rassen met een eigen pagina staan op Hondenrassen.
Heb je al een hond, dan zet Mijn hond alles wat hij nodig heeft op één pagina.
Begin bij je week: tijd, ruimte en alleen thuis
Het eerste wat telt, is hoeveel uren er overdag iemand thuis is. Hoe lang een hond hooguit alleen kan, hangt af van zijn leeftijd en van hoe rustig je het hem hebt opgebouwd.
Een pup houdt het minder lang vol dan een volwassen hond. Onze pagina hond alleen thuis laten geeft de richtlijn per leeftijd en zegt eerlijk dat er geen wettelijk getal bestaat.
Werk je voltijds buiten de deur, dan weegt dat zwaarder dan elke rasomschrijving. Zoek eerst uit wie hem overdag kan zien of uitlaten, en tel ook de wandelingen mee die niet meevallen: bij regen, in de winter, op zondagochtend.
Kies je een pup, houd dan rekening met een eerste jaar dat extra vraagt; de puppychecklist loopt het af.
Ruimte rekenen we praktisch: past zijn bench of mand in huis, kan hij elke dag naar buiten, en zijn trappen bij jou een probleem?
Dat laatste telt bij sommige rassen echt. Bij de teckel raadt onze pagina aan hem liefst niet te laten traplopen en hem met een rechte rug op te tillen.
Maat en gewicht: reken met de volwassen hond
Een pup van een groot ras weegt nu nog weinig, maar niet zijn hele leven. Reken daarom met het volwassen gewicht: dat bepaalt de bench, de mand en de voerzak.
Hieronder staan de rassen van onze site per gewichtsklasse, met het gewicht zoals op hun eigen pagina staat.
- Tot ongeveer 10 kg: Chihuahua (1 tot 3 kg), Pomeriaan (rond 2 kg), Maltezer (3 tot 5 kg), Yorkshire terriër (standaard tot 3,2 kg), Shih Tzu (4,5 tot 8 kg), Cavalier King Charles (5,4 tot 8 kg), Jack Russell (5 tot 6 kg), teckel (standaard ongeveer 9 kg) en de kruising boomer (4 tot 10 kg)
- Ongeveer 10 tot 25 kg: Franse bulldog (8 tot 14 kg), beagle (10 tot 18 kg), border collie (15 tot 20 kg) en Australische herder (20 tot 30 kg)
- Ongeveer 25 tot 40 kg: Mechelse herder (20 tot 30 kg), Golden retriever (25 tot 35 kg), Labrador (gemiddeld 29 tot 35 kg) en Duitse herder (22 tot 40 kg)
- 40 kg en meer: Berner sennenhond (gemiddeld 40 tot 60 kg)
Een kruising als de labradoodle past in geen enkele klasse: volgens onze pagina varieert ze van ongeveer 7 tot 30 kg.
Gewicht werkt door in alles. Onze rassenpagina's rekenen per dag ongeveer:
- 60 gram brokken voor een volwassen Chihuahua van 2,5 kg
- 380 gram voor een Labrador van 30 kg
- 560 gram voor een Berner van 50 kg
Voor jouw hond rekent de voercalculator het uit; de achtergrond staat in hoeveel voer heeft mijn hond nodig.
Voor de bench rekent de benchmaat-calculator met vijf maten, van S (61 cm lang) tot XXL (122 cm). Meet je hond van neuspunt tot staartaanzet en van grond tot schoft, en tel bij beide maten 10 cm op.
Een mand kies je op ruglengte, van nekbasis tot staartbasis, plus 20 tot 30 cm; zie beste hondenmand.
Teven en reuen verschillen, en binnen één ras loopt het gewicht uiteen: bij de Duitse herder staat 22 tot 32 kg voor een teef en 30 tot 40 kg voor een reu.
Beweging en vacht: wat een hond elke dag vraagt
Beweging hangt samen met waarvoor een ras gefokt is. De border collie, de Australische herder, de Mechelse herder en de Duitse herder zijn werkrassen. Onze pagina's zeggen wat dat vraagt:
- De Australische herder moet zijn hoofd net zo bezig houden als zijn poten.
- Bij de Duitse herder volstaat wandelen niet altijd: hij moet minstens één keer per dag flink kunnen rennen.
Een jachthond als de beagle volgt zijn neus, en dan wordt terugroepen een oefenpunt: zie je hond leren terugroepen.
Een Franse bulldog of Shih Tzu heeft een korte snuit en heeft het zwaarder bij warm weer. Onze pagina over warm weer geeft daarvoor geen vaste temperatuurgrens; lees hond en warm weer voor je een van beide neemt.
Vacht kost vooral tijd. Onze richtlijn in hoe vaak en hoe borstel je je hond verschilt per vachttype. Buiten de rui geldt:
- Kort en glad, ook met dichte ondervacht: hooguit één keer per week, zoals bij de Franse bulldog, de beagle en de Labrador.
- Dubbele of dikke vacht: één tot twee keer per week (een halflange variant, zoals bij sommige border collies, liefst een paar keer per week), zoals bij de Golden retriever, de border collie, de Duitse herder en de Berner sennenhond.
- Lang en zijdeachtig: dagelijks, zoals bij de Maltezer, de Yorkshire terriër, de Shih Tzu en de Cavalier King Charles.
- Krullend: dagelijks tot om de dag, bij de krulvacht van een labradoodle. De boomer vraagt volgens onze pagina meerdere keren per week tot dagelijks borstelen.
In de rui borstel je vaker, bij korthaar dagelijks. ‘Kort’ is niet hetzelfde als ‘verhaart niet’: de dichte ondervacht van een Labrador laat in de rui los. Meer over verharen staat in hond verharen, welke borstel bij welke vacht past in beste hondenborstels.
Allergie: een ras kiezen lost het niet op
Ben je allergisch voor honden, dan lijkt een ‘hypoallergeen’ ras de oplossing. Onderzoek ondersteunt dat niet.
Een studie uit 2012 in het Journal of Allergy and Clinical Immunology mat Can f 1, een hoofdallergeen van de hond, in haar- en vachtstalen en in het stof van woningen.
De zogenaamd hypoallergene honden (labradoodle, poedel, Spaanse waterhond en airedaleterriër) hadden méér van dat allergeen in hun vacht dan labradors en een controlegroep, en dat leidde niet tot meer blootstelling in huis.
De verschillen tussen rassen waren klein vergeleken met de verschillen binnen één ras.
Eerlijk is ook wat er wél uitkwam: alleen in het vloerstof van woningen met labradoodles lag het allergeenniveau lager. Tussen de andere groepen was geen verschil, en in de lucht vonden de onderzoekers geen verschil tussen rassen.
Een tweede studie uit 2011 in het American Journal of Rhinology and Allergy vergeleek het stof in woningen met honden die als hypoallergeen gelden met dat in andere woningen. Geen van de vier indelingen die de onderzoekers probeerden, toonde een verschil.
“Er is geen bewijs voor de indeling van bepaalde hondenrassen als ‘hypoallergeen’.” Conclusie van Vredegoor e.a., Journal of Allergy and Clinical Immunology, 2012 (onze vertaling).
Wees dus wantrouwig tegenover elke advertentie of fokker die ‘hypoallergeen’ belooft, ook bij kruisingen als de labradoodle. Wij gebruiken het woord bij rassen daarom niet.
Let ook op de woorden: ‘verhaart niet’ en ‘hypoallergeen’ zeggen niet hetzelfde. De studies keken naar het allergeen, niet naar de haren op je vloer.
Kinderen in huis
Voor kinderen geven we geen ras een cijfer, en dat is een bewuste keuze.
Het Nederlandse LICG (Landelijk Informatiecentrum Gezelschapsdieren) is duidelijk: je laat baby's en kleine kinderen nooit alleen met een huisdier, ook niet met een betrouwbaar en lief dier, omdat er altijd iets kan gebeuren waardoor het alsnog bijt of krabt.
Geef je hond ook een eigen plek. Het LICG schrijft dat kinderen niet in de mand of bench van de hond horen: dat is zijn plek, en daar moet hij zich veilig voelen.
Gromt hij naar je kind, straf hem dan niet maar haal hem rustig weg.
Kies een hond waarvan je de maat, de vacht en de energie aankunt, geef hem een rustplek (zie de perfecte hondenbench) en bouw de basis eerst op. Hoe een pup stap voor stap went aan de wereld, staat in puppy socialiseren.
Wat een hond kost
De aankoopprijs of adoptiebijdrage is pas het begin van de rekening. Daarna komen onder meer voer, dierenarts en verzekering.
Hoeveel het eerste jaar kost, rekenen we voor in wat kost een puppy in het eerste jaar, en de tarieven van de dierenarts staan in wat kost een dierenarts. Bedragen noemen we hier niet: ze staan daar met hun datum.
Het ras bepaalt een deel van die kosten, vooral via de hoeveelheid voer (zie de gramcijfers hierboven). Sommige rassen hebben bovendien bekende erfelijke aandoeningen:
- Bij de Cavalier King Charles noemt het LICG onder meer mitralisklepdegeneratie.
- Bij de teckel is de rug een aandachtspunt.
Dat is geen voorspelling voor jouw hond, wel iets om vooraf te lezen en met je dierenarts te bespreken.
Reken ook op het onverwachte. Of een verzekering de moeite loont, bespreken we in hondenverzekering in België; een spoedingreep kan veel meer kosten dan de vaste jaarlijkse kosten die de pagina over dierenartskosten noemt.
Ons advies
Loop de vragen in deze volgorde af en schrap rassen die op één punt echt niet passen:
- tijd en alleen thuis
- maat en gewicht
- beweging
- vacht
- allergie
- kinderen
- kosten
Blijven er twee of drie over, lees dan hun rassenpagina's en vul de gegevens in bij de hondenzoeker op de homepage of bij Mijn hond. Past er niets bij je leven van nu, dan is nog even wachten ook een antwoord.
Veelgestelde vragen
Welke hond past bij mij als ik voltijds werk?
Bestaat er een hypoallergene hond?
Is een kleine hond goedkoper dan een grote?
Welk ras is het beste met kinderen?
Bronnen
- research-portal.uu.nl/en/publications/can-f-1-levels-in-hair-
- augusta.elsevierpure.com/en/publications/dog-allergen-levels-in-
- licg.nl/gezinsuitbreiding
- licg.nl/honden/kind-en-hond-houd-het-veilig
Lees ook
Wij houden de prijzen in de gaten
Elke dag vergelijken we de prijzen van de producten uit onze gidsen bij bol.com en zooplus.
Zakt er iets stevig in prijs, dan lees je het bij ons — samen met nieuwe gidsen zoals deze. Hooguit één mail per week, uitschrijven kan altijd: antwoord 'uitschrijven' op de mail of mail help@uwhond.be.