Voeding · gids

Hoeveel voer heeft mijn hond nodig? Zo bepaal je de juiste hoeveelheid

Waarom de zak bijna altijd ruim rekent, en waar je wel op afgaat

Bak met droog hondenvoer, close-up

Hoeveel moet mijn hond eten? Op die vraag krijg je op drie plaatsen drie antwoorden: op de zak, bij de dierenarts en bij de buur met dezelfde soort hond.

Er bestaat nu eenmaal geen getal dat voor elke hond klopt. Wat wel bestaat, is een manier om het voor jouw hond uit te zoeken.

Hieronder lees je hoe je van de tabel op de verpakking naar een portie komt die bij jouw hond past, waarom die tabel bijna altijd royaal is, en waaraan je merkt dat je moet bijstellen.

Welk soort voer je kiest en wat dat per kilo kost, staat in ons overzicht over hondenvoeding.

Waarom de tabel op de zak bijna altijd ruim rekent

Elke zak brokken heeft een voedingstabel: zoveel gram bij zoveel kilo lichaamsgewicht. Die tabel is niet uit de lucht gegrepen. Ze is berekend op de energiebehoefte van een gemiddelde volwassen hond met een gemiddelde activiteit, volgens de Europese voedingsrichtlijnen waar de sector mee werkt.

Het probleem zit in het woord gemiddeld. Jouw hond is dat niet. Een gecastreerde reu van zeven die vooral ligt te slapen, verbruikt merkbaar minder dan een hond van drie die elke dag naast de fiets loopt.

De energiebehoefte verschilt sterk van hond tot hond, onder meer naargelang sterilisatie, conditie en activiteit. Wie de tabel jarenlang letterlijk volgt zonder naar de hond zelf te kijken, voert daardoor vaak te veel.

Daar komt een praktisch probleem bij. De meeste tabellen werken in stappen van vijf kilo, dus een hond van 11 kilo krijgt hetzelfde advies als een van 14.

En de tabel omzetten in een echte portie blijkt lastiger dan het lijkt: in onderzoek waarin baasjes de instructies op het etiket moesten vertalen naar een hoeveelheid, deed maar een minderheid dat juist.

Niet uit onwil, wel omdat een bekertje of een handvol nu eenmaal geen maat is.

  • De leeftijd van je hond, en of hij nog groeit
  • Of hij gesteriliseerd of gecastreerd is, want daarna daalt de behoefte
  • Hoeveel hij op een dag echt beweegt, niet hoeveel je van plan was
  • Zijn bouw en type: een windhondachtige is van nature magerder dan een labrador
  • Alles wat er naast de bak nog bij komt: snoepjes, kauwsnacks, restjes
  • Of hij binnen op een warme vloer ligt of het grootste deel van de dag buiten is

Het enige ijkpunt dat telt: je hond zelf

De juiste hoeveelheid is die waarbij je hond in goede conditie blijft. Dat klinkt als een dooddoener, maar het is concreet te controleren:

  • Je moet zijn ribben kunnen voelen met vlakke hand, zonder te duwen.
  • Van bovenaf hoort er een taille te zitten achter de ribbenkast.

Hoe je die controle precies doet, staat stap voor stap in Is mijn hond te dik?.

Doe die check om de twee weken, telkens op hetzelfde moment. Verandert er niets, dan zit je goed.

Voelen de ribben moeilijker, dan gaat er een tiende van de portie af en kijk je drie tot vier weken later opnieuw. Grote sprongen zijn nooit nodig.

Je stelt de portie niet af op de tabel van de zak, maar op de ribben van je hond.

De weegschaal is een hulpmiddel, geen rechter. Twee honden van 22 kilo kunnen er compleet anders uitzien, en spier weegt zwaarder dan vet. Weeg gerust mee, maar laat een cijfer nooit zwaarder wegen dan wat je onder je handen voelt.

Weeg de dagportie één keer af met een keukenweegschaal en giet ze in het bekertje dat je elke dag gebruikt. Zet er met een stift een streepje waar het voer komt. Zo groeit de portie niet stilletjes mee.

Ligt hij in de zetel of loopt hij twee uur?

Beweging is na leeftijd de grootste factor. Een hond die drie keer per dag een blokje om gaat, komt er met beduidend minder toe dan een hond die elke namiddag een uur los in het bos loopt.

Het verschil zit niet alleen in de kilometers, ook in het tempo: rennen, zwemmen en trekken kosten veel meer dan wandelen aan de leiband.

Belangrijk daarbij: voer voor het gemiddelde van je week, niet voor de uitzondering. Eén lange zondagwandeling is geen reden om de hele week meer te geven. Verandert de situatie voor langere tijd, bijvoorbeeld na een operatie, dan mag de portie mee omlaag.

Het seizoen speelt ook mee, al is dat minder dan mensen denken. Een hond die buiten leeft, verbruikt in de winter extra energie om warm te blijven.

Een hond die binnen ligt, verbruikt er meestal juist minder, want de wandelingen worden vanzelf korter zodra het donker en nat is.

Pups, senioren en de weken na een sterilisatie

Een pup is geen kleine volwassen hond. Hij bouwt in enkele maanden een skelet op en heeft daarvoor een ander voer nodig, verdeeld over meer maaltijden per dag.

Bij pups van grote rassen zit het risico niet in te weinig maar in te veel: te snel groeien belast de gewrichten.

Voer een pup dus volgens zijn groei en zijn conditie, niet volgens zijn honger, want die is zowat onbegrensd. De rest van dat eerste jaar staat in onze puppy-checklist.

Aan de andere kant van het leven gebeurt hetzelfde in spiegelbeeld. Een oudere hond beweegt minder en verliest spiermassa, waardoor zijn energiebehoefte zakt.

Dezelfde portie die op zijn vierde perfect was, is op zijn elfde vaak te veel. Tegelijk hebben senioren wel voldoende eiwit nodig om spier te behouden, dus minder voer geven is niet hetzelfde als magerder voer geven.

Na een sterilisatie of castratie daalt de energiebehoefte, terwijl de eetlust net vaak toeneemt. Dat is de klassieke valkuil. Wacht niet tot je het ziet, maar doe de conditiecontrole in de maanden erna om de twee weken.

Snacks tellen mee, en van voer wissel je traag

Dit is het punt waar de meeste rekeningen sneuvelen. Een veelgebruikte richtlijn uit de diergeneeskunde is dat snoepjes en extraatjes samen onder een tiende blijven van wat je hond op een dag binnenkrijgt.

De rest komt uit het volledige voer, want daar zitten alle voedingsstoffen in de juiste verhouding in. Van snacks kun je dat zelden zeggen.

Kauwsnacks zijn de grootste stille meerkost. Een varkensoor of een dikke kauwstaaf is geen snoepje, dat is een stuk maaltijd.

Geef je die dagelijks, dan hoort de portie in de bak navenant kleiner te zijn. Bij trainingsbeloningen los je het op door gewoon met brokken uit de dagportie te werken.

Eet je hond zijn portie in twintig seconden op en bedelt hij daarna, dan is dat meestal geen honger maar snelheid. Een anti-schrokbak rekt dezelfde hoeveelheid uit over enkele minuten, en dat helpt vaak meer dan een grotere portie.

Wissel je van voer, doe dat dan over zeven tot tien dagen: begin met een kwart nieuw voer bij drie kwart oud, en verschuif elke twee tot drie dagen.

De reden is de darmflora, die afgestemd is op wat je hond gewoon is. Een plotse omschakeling geeft vaak braken of dunne ontlasting, en dan weet je achteraf niet of het nieuwe voer slecht viel of gewoon te snel kwam.

Dat geldt bij een overstap naar ander droogvoer, zoals iets uit onze vergelijking van natuurlijk droogvoer, én bij vers hondenvoer, waar de porties er meteen heel anders uitzien omdat er veel meer vocht in zit.

Ons advies

Behandel de tabel op de zak als een startpunt en niets meer. Reken één keer een vertrekportie uit, weeg die af, en laat je hond je daarna vertellen of het klopt.

  • Neem in de tabel de hoeveelheid bij het gewicht dat je hond zou moeten hebben, niet bij wat hij nu weegt
  • Weeg die portie één keer af en markeer je bekertje
  • Trek er alles van af wat er als snack bij komt
  • Voel om de twee weken de ribben en kijk van bovenaf naar de taille
  • Pas aan met stapjes van ongeveer een tiende, en geef het drie tot vier weken de tijd
  • Valt het gewicht zonder reden, bel dan de dierenarts in plaats van zelf te sleutelen

En houd het eerlijk tegenover jezelf: de meeste honden die te zwaar zijn, zijn dat niet door hun voer maar door alles wat er naast het voer bij kwam. Dat is meteen ook het makkelijkste om terug te draaien.

Veelgestelde vragen

Moet ik mijn hond één of twee keer per dag voeren?
Voor een volwassen hond werken allebei. Twee kleinere maaltijden verdelen de dag beter en geven bij schrokkers minder onrust, en bij grote honden met een diepe borstkas raden veel dierenartsen twee beurten aan. Wat telt is het totaal over de dag, niet het aantal beurten.
Mijn hond lijkt altijd honger te hebben. Krijgt hij te weinig?
Meestal niet. Bedelen is gedrag dat ooit beloond is, en veel honden eten zo snel dat ze de maaltijd nauwelijks registreren. Zolang de ribben goed voelbaar zijn en het gewicht stabiel blijft, krijgt hij genoeg. Neemt de eetlust plots sterk toe, of valt hij ondanks een normale portie af, laat hem dan nakijken.
Moet ik in de winter meer voeren?
Alleen als je hond het grootste deel van de dag buiten is en dus energie verbruikt om warm te blijven. Voor een hond die binnen leeft, gebeurt vaak het omgekeerde: de wandelingen worden korter en de behoefte zakt. Ga ook hier af op de conditiecontrole, niet op de kalender.
Mag ik brokken en vers voer door elkaar geven?
Dat kan, maar dan moet je van allebei minder geven, anders tel je twee volledige rantsoenen bij elkaar op. Reken in verhouding: geef je de helft van de dagportie als vers voer, dan gaat ook de helft van de brokken eraf. Bouw die combinatie even geleidelijk op als een gewone voerwissel.

Bronnen

Team UwHond

Een klein Belgisch team van hondenliefhebbers. Wij vergelijken producten op prijs, kwaliteit en reviews.

Wij houden de prijzen in de gaten

Elke dag vergelijken we de prijzen van de producten uit onze gidsen bij bol.com en zooplus.

Zakt er iets stevig in prijs, dan lees je het bij ons — samen met nieuwe gidsen zoals deze. Hooguit één mail per week, uitschrijven kan altijd: antwoord 'uitschrijven' op de mail of mail help@uwhond.be.