Bijna niemand vindt zijn eigen hond te dik. Dat is geen verwijt, het is gewoon hoe kijken werkt: je ziet je hond elke dag, en een verandering van een paar honderd gram per maand valt niet op.
Pas op een foto van een jaar geleden, of bij een opmerking van de dierenarts, valt het kwartje.
Het goede nieuws: je hebt geen weegschaal en geen grafiek nodig om het zelf vast te stellen. Drie handgrepen van samen een halve minuut vertellen je genoeg.
Hieronder staat hoe je ze doet, wat je met de uitkomst aanmoet, en hoe je afbouwt zonder je hond de hele dag hongerig te laten rondlopen. Hoeveel je hond eigenlijk hoort te krijgen, staat in hoeveel voer heeft mijn hond nodig.
De drie handgrepen
Dierenartsen gebruiken hiervoor een conditiescore: een schaal waarop een hond van veel te mager tot zwaar te dik loopt, en waarbij de gezonde zone in het midden ligt.
De beoordeling gebeurt met dezelfde drie stappen die jij thuis ook kunt doen: voelen, van boven kijken, van opzij kijken.
Eén: de ribben. Leg je handen plat op de flanken van je hond, duimen op de rug, vingers gespreid over de ribbenkast. Strijk zachtjes naar achteren.
Je hoort de ribben te voelen door een dun laagje vet heen, zonder dat je moet duwen. Een goede vergelijking: het voelt ongeveer als de knokkels aan de rug van je eigen hand.
Voelt het meer als de muis van je duim, dan zit er te veel op. Zie je de ribben duidelijk staan, dan is hij te mager.
Twee: de taille van bovenaf. Ga achter je hond staan terwijl hij rechtop staat, en kijk naar beneden. Achter de ribbenkast hoort de lijn naar binnen te wijken, zodat je van boven een soort zandloper ziet.
Loopt de lijn recht door van borst naar heup, of bolt hij zelfs naar buiten, dan is er werk aan de winkel.
Drie: de buiklijn van opzij. Hurk naast je hond en kijk naar de onderlijn. Vanaf het borstbeen hoort die schuin omhoog te lopen naar de lies.
Bij een hond met overgewicht loopt die lijn vlak, of hangt de buik door. Let op: bij zeer behaarde honden zie je hier weinig, dus laat bij hen de vingers beslissen en niet de ogen.
Waarom de weegschaal minder zegt dan je handen
Een getal in kilo betekent op zichzelf weinig. Een gespierde hond van 30 kilo kan in topconditie zijn terwijl een slappe hond van hetzelfde gewicht duidelijk te zwaar is.
Bovendien verschilt het ideale gewicht enorm binnen hetzelfde ras, en tussen kruisingen is er helemaal geen referentie. Streefgewichten per ras die je online vindt, zijn daarom vaak misleidend; de bouw van jouw hond staat in geen enkele tabel.
Waar de weegschaal wel goed voor is, is de lijn over de tijd. Weeg je hond om de maand op dezelfde weegschaal, noteer het, en kijk naar de richting in plaats van naar het cijfer.
Kleine honden weeg je door zelf op de weegschaal te gaan staan met en zonder hond; voor grote honden staat er in de meeste praktijken een weegschaal in de wachtzaal, waar je meestal vrij gebruik van mag maken.
Het gewicht vertelt je of er iets verandert. Je handen vertellen je of het goed zit.
Dat baasjes het zelf zelden zien, is niet alleen een indruk. In onderzoek waarin eigenaars de conditie van hun eigen hond moesten inschatten, zat maar ongeveer de helft juist.
Wie het fout had, schatte veel vaker te gunstig dan te streng. Datzelfde onderzoek liet zien dat ook het gewicht en de voedingsinstructies op de verpakking systematisch verkeerd ingeschat worden.
Vraag dus gerust een tweede mening bij de dierenarts, of laat een vriend die je hond een tijd niet zag eerlijk kijken.
Wat overgewicht in de praktijk betekent
De gevolgen zie je meestal eerst aan het uithoudingsvermogen. Een hond met te veel gewicht hijgt sneller, wil eerder naar huis en zoekt tijdens een wandeling vaker schaduw op.
In de zomer is dat extra vervelend, want vet isoleert en maakt het moeilijker om warmte kwijt te raken.
Daarnaast dragen de gewrichten elke dag mee. Elke extra kilo passeert bij elke stap door de knieën, de heupen en de rug.
Bij honden die al gevoelig zijn, bijvoorbeeld door heupdysplasie of artrose op leeftijd, is afvallen een van de weinige dingen waar je zelf iets aan kunt doen zonder dat er een behandeling aan te pas komt.
Hoe zwaarder een hond, hoe eerder de dagelijkse wandeling ook moeilijk wordt, en zo ontstaat een cirkel die zichzelf versterkt.
Op langere termijn maakt overgewicht ook een dierenartsbezoek waarschijnlijker, en dat merk je in je portemonnee; onze richtprijzen bij de dierenarts geven daar een idee van.
Merk je hijgen dat niet in verhouding staat, hoesten, of een hond die plots veel minder wil bewegen, wacht dan niet en laat hem nakijken. Dat kan ook aan iets anders liggen dan het gewicht.
Afbouwen zonder honger: eerst de snacks, dan het voer
De grootste fout is meteen fors in de portie snijden. Een hond die plots veel minder in zijn bak vindt, gaat bedelen, sneller eten en soms rare dingen opzoeken buiten.
Het werkt beter om eerst alles aan te pakken wat er náást de bak bijkomt, want daar zit meestal de winst.
- Tel een week lang eerlijk mee wat je hond aan snacks krijgt, van iedereen in huis
- Schrap eerst de restjes van tafel en de kauwsnacks, dat is de makkelijkste winst
- Vervang beloningen door brokken die je uit de dagportie neemt
- Pas daarna de portie in de bak aan, met stapjes van ongeveer een tiende
- Weeg de portie af in plaats van te schatten met een bekertje
- Geef het drie tot vier weken tijd voor je opnieuw beoordeelt
Blijft de hond na het eten onrustig, dan ligt dat vaak aan het tempo en niet aan de hoeveelheid. Een anti-schrokbak rekt dezelfde portie uit over enkele minuten, wat voor de hond een stuk meer aanvoelt.
Hetzelfde principe werkt met een snuffelmat: de brokken verstoppen in stof of gras maakt van een maaltijd een half kwartier werk.
En dan het punt dat de meeste mensen verrast: meer beweging is zelden de snelste weg. Een extra kwartier wandelen weegt niet op tegen één varkensoor, en bij een zware hond met gevoelige gewrichten kan plots veel meer lopen juist schade doen.
Bouw beweging rustig op, kies voor snuffelen en zoekspelletjes boven kilometers, en laat het gewicht vooral via het eten zakken.
Gaat je hond aan de leiband trekken zodra het tempo omhoog gaat, dan helpt een goed passend tuigje; we vergeleken de opties in hondenriemen en tuigjes.
Ons advies
Doe vanavond de drie handgrepen. Duurt het zoeken naar de ribben, dan weet je genoeg, en dan begin je niet bij de bak maar bij het snoepschuifje. Kleine aanpassingen, twee weken geduld, en dan opnieuw voelen.
Verwacht geen snelle resultaten, en wil ze ook niet. Te snel gewicht verliezen is bij honden niet gezond en houdt zelden stand.
Dierenartsen mikken meestal op ongeveer 1 procent van het lichaamsgewicht per week, waarbij de hond vrolijk en actief blijft; het streefgewicht en het tempo stel je samen met je dierenarts vast.
Merk je na twee maanden niets, of valt het gewicht juist zonder dat je iets veranderde, ga dan langs bij de dierenarts: er zijn aandoeningen, zoals een trage schildklier, waarbij dieet alleen niet volstaat.
Veelgestelde vragen
Mag ik de ribben van mijn hond zien of niet?
Mijn hond is gesteriliseerd. Wordt hij daar automatisch dik van?
Hoeveel wandelen is nodig om mijn hond te laten afvallen?
Bestaat er speciaal voer om af te vallen?
Bronnen
- pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC5606605
- wsava.org/global-guidelines/global-nutrition-guid
- vetmed.ucdavis.edu/sites/g/files/dgvnsk491/files/inline-fi
- mdpi.com/2076-2615/15/15/2226
Lees ook
Wij houden de prijzen in de gaten
Elke dag vergelijken we de prijzen van de producten uit onze gidsen bij bol.com en zooplus.
Zakt er iets stevig in prijs, dan lees je het bij ons — samen met nieuwe gidsen zoals deze. Hooguit één mail per week, uitschrijven kan altijd: antwoord 'uitschrijven' op de mail of mail help@uwhond.be.